Wellington

Op een drafje door Wellington

Minder dan twintig uren, dat is de tijd die we hebben om Wellington, de hoofdstad van Nieuw-Zeeland, te verkennen. Daar zit jammer genoeg ook slaaptijd in. Gelukkig is onze hostel zo slecht dat we weinig ambitie hebben om er lang rond te hangen.
Wellington is de tweede grootste stad, na Auckland, en telt 400.000 inwoners. Het heeft de gezelligheid van een dorp en bruist als een Dafalgan-bruistablet met z’n cocktailbars, bruine kroegen, cinema’s en de alternatieve scene. Verdorie, verdorie, waarom is er in dit land zo veel te zien en hebben we zo weinig tijd?

Welly, voor de vrienden, is Nieuw-Zeeland’s “windy city”. Nergens raast de wind zo hard als hier, vooral aan de waterkant. We laten het niet aan ons hart komen. Onze eerste halte is Cuba Street, de hipste straat van Wellington. De perfecte plek om mensen te kijken, te shoppen en uit te gaan eten. Precies wat we vanavond nodig hebben na onze oversteek met de Interislander-ferry van het zuider- naar het noordereiland. Ons oog valt op Scopa, een gezellige Italiaan waar het “meatball monday” is. Yum, eindelijk een keertje geen Brits geïnspireerd, fantasieloos eten maar spaghetti met balletjes in tomatensaus en een goedgevuld glas rode wijn. Met volle buikjes slenteren we door de stad by night om al een eerste indruk op te doen. Gezellig.

Wellington

De volgende ochtend gaan we ontbijten bij Midnight espresso. Hun Havana-koffie is de beste om een ochtendhumeur te bestrijden en de sfeer is er geweldig met een grappige mix van zakenlui, creatieve vogels, enkele verdwaalde toeristen en de lichtjes van de flipperkast op de achtergrond.

Midnight Espresso

Hoogtepunten

Na het ontbijt wandelen we naar Civic Square, het kloppende hart van Wellington, waar de meeste evenementen georganiseerd worden. Het regent en de wind waait dat het geen naam heeft. Er is weinig te zien vandaag. We lopen verder naar de City-to-Sea-Bridge, een brug die gebouwd werd om het centrum te linken met de lang stiefmoederlijk behandelde waterkant. De brug is versierd met houten vogelsculpturen en walvissen en staat symbool voor de aankomst van de eerste Maori en Europeanen in Wellington. Van daaruit lopen we via het Frank Kitts Park naar Queens Wharf. Hier liggen de dure appartementen met zicht op zee, maar ook enkele gezellige barretjes en de koffiebrander Mojo Coffee Roastery. Wat wij niet wisten is dat Wellington maar liefst tien onafhankelijke koffiebranders heeft. Voila, zo is de stad meteen ook de koffiehoofdstad van Nieuw-Zeeland.

Coffee Roastery

Via de koffie komen we in het kloppende zakenhart van Wellington terecht. We volgen Lambton Quay noordwaarts en ontdekken enkele prachtige overheidsgebouwen waaronder de Maori Affairs Select Committee Room, het Parliament House en de Parliamentary Library. Het mooiste gebouw is met stip de rechtenfaculteit van Victoria University, het grootste houten gebouw ter wereld, hier neergepoot in 1876. Toch even voelen of het geen stenen gebouw is, maar nee hoor…

Victoria University

Op de terugweg stappen we in de kabelbaan die ons de steile heuvel op rijdt naar de botanische tuinen. Van hieruit heb je een prachtig uitzicht op Wellington. Twee minuutjes lopen van de eindhalte stuit je trouwens op het Carter Observatory, gebouwd in 1941. Kom zeker hierheen om ’s nachts naar de sterren te kijken. Wij hadden hier jammer genoeg geen tijd voor.

Wellington

Wellington

Onze magen grommen dus die taco van het kleine, gezellige zaakje Viva Mexico gaat vlotjes binnen. Even doorspoelen met een Mexicaanse cola (mooi flesje, maar niet echt lekker) en dan weer op pad.

Viva Mexico

Met nog een uurtje te gaan, lopen we nog snel de prachtige Art Deco City Gallery Wellington binnen, gebouwd in 1939.
Veel tijd om alles rustig te absorberen, is er niet. Om 14u30 pikt Go Rentals, de verhuurmaatschappij nummer twee, ons op aan onze hostel. Snel wat papierwerk afhandelen en dan puffen we met onze, opnieuw blauwe, Toyota Corolla, naar Wellywood. Jawel, het Hollywood van Wellington.

Wellywood

Wellywood is het centrum van de Nieuw-Zeelandse filmindustrie. Wie denkt dat het hier om een kleine pruts gaat, is mis. Lord of the Rings, The Hobbit, King Kong, Heavenly Creatures, … ze zijn allemaal hier gedraaid door Peter Jackson en/of met de hulp van Weta, een bedrijfje gespecialiseerd in special effects.

Omdat Weta dit jaar 20 jaar bestaat kan iedereen die dat wilt (en betaalt :-)) een blik achter de schermen werpen. Uiteraard zijn hier geen foto’s toegelaten, maar een scoop hebben we alvast wel: op dit moment werken ze volop aan de TV-serie The Thunderbirds. We zien enkele props uit LOTR, District 9 en Braindead, maar het achterste van hun tong zien we niet. Onze gids heeft trouwens een gigantisch irritante stem. Maar bon, leuk om eens te zien.

Naast de studio ligt Weta Cave. Hier kan je een video bekijken die meer inzicht geeft in de “making of” van bovenstaande kaskrakers. Eraan verbonden is een shop die verzamelobjecten verkoopt voor veel te veel geld. Iets commerciëler, maar zeker de moeite. Toch wel straf dat zo’n klein bedrijfje zo’n knappe dingen maakt.

Praktisch:

Vervoer:

Een ticketje voor de Interislander kost 100 NZ$/pp. We nemen geen auto mee, maar ontdekken later dat de meeste verhuurmaatschappijen de kost voor het overzetten van de wagen op zich nemen. Het overwegen waard.

Wij willen een nieuwe verhuurder uitproberen, Go Rentals. Voor een Toyota Corolla betalen we 880 NZ$ voor 10 dagen, inclusief verzekering.

Slapen:

We logeren bij Rosemere Backpackers. Kostprijs: 72 NZ$
Alle hostels zijn prijzig in Wellington en van slechte kwaliteit. Deze hostels is de kleinste, maar geen aanrader. De lakens zijn vuil, ze hebben geen handdoeken ter beschikking en het is gewoon geen aangename plek.

Activiteiten:

Een ritje met de kabelbaan kost 7 NZ$/pp heen en terug.
Een bezoekje aan de Weta Cave (uitzonderlijk voor het twintigjarige bestaan) kost 20 NZ$/pp. Je hebt een auto nodig om hier te geraken.

Categories: Nieuw-Zeeland, Oceanië