Miserie, miserie in Battambang

Miserie, miserie in Battambang

Het beloofde al geen goede dag te worden van bij het begin: te weinig geslapen dus ochtendhumeur; nergens een ontbijtplek open om 7 uur dus geen koffie om het ochtendhumeur te neutraliseren; geloop om op tijd terug aan het hotel te zijn voor ons uitje met de tuk tuk wat nog minder bevorderlijk is voor het ochtendhumeur; de tuk tuk chauffeur die ons de dag voordien had gesmeekt om hem werk te geven kwam wel opdagen maar zijn tuk tuk was bij mirakel ’s nachts stuk gegaan; hij had ter vervanging wel twee brommers met chauffeur ter beschikking maar dan moesten we wel dubbel zo diep in onze portemonnee duiken; achtervolging door de tuk tuk chauffeur op zijn brommer omdat hij ons alsnog dacht te kunnen overhalen met als gevolg nog een groter ochtendhumeur omdat we er al lang geen zin meer in hadden. Om vervolgens achtervolgd te worden door een man die zogezegd vrijwilligers zocht om Engels te komen geven in zijn school maar eigenlijk gewoon een oplichter was. Het verbeterde er niet op toen hij zijn boek bovenhaalde waarin allerlei toeristen zogezegd hun enorme donaties hadden genoteerd, beginnend van 50 US$. Right, staat er ACHTERLIJK op ons voorhoofd vandaag of zo?!

Ochtend in Battambang

De normale reisfrustraties, quoi, en zo’n typische dag waarop je beter wat langer in je bed was blijven liggen. Het laatste wat je op zo’n dag moet doen, is een fiets huren en het chaotische verkeer proberen te trotseren om op eigen houtje het één en ander te bezoeken. Enfin, het één en ander was gewoon de bamboetrein, een gigantische tourist trap, maar we wilden ‘m wel gedaan hebben.

Dus wij, altijd op zoek naar een koopje in een land waar het al niks kost, op zoek naar de goedkoopste fiets: 1,5 US$ per stuk alstublieft dank u wel. Het meisje had er twee thuis staan, maar dat was geen enkel probleem want ze zou haar vader wel even bellen om ons op te pikken met de brommer om vervolgens naar het huis te rijden en de fietsen op te halen. Zo gezegd, zo gedaan en even later zaten we met z’n drieën op elkaar geplakt op een Honda-scooter, mezelf in allerlei bochten wringend om maar niet van het zadel te glijden en ondertussen mijn benen en voeten in een kramp te houden zodat ze het asfalt niet zouden raken. Stijn zat ondertussen gezellig in het midden met de voetjes op zijsteuntjes (al had hij wel gevraagd of ik niet op de steuntjes wou, maar hé, te koppig natuurlijk).

Vijf minuutjes later stonden we al bij het huis met de fietsen: twee fleurige exemplaren, geel en rood, die er op het eerste zicht goed uitzagen. In het vervolg toch een tweede keer kijken, want bij het naar de bamboetrein rijden, is de ketting van de gele fiets maar liefst acht keer losgekomen. Gevolg: wij deden niets anders dan stoppen, die fiets omdraaien, de ketting weer opleggen en vertrekken. Maar bij het minste steentje onder het wiel konden we opnieuw beginnen en geloof mij, er liggen heel veel steentjes op de straten in Battambang.

Bamboetrein

Na veel stoppen en vertrekken, hebben we het toch gered tot aan de bamboetrein. Of beter bamboeplank: de plank wordt op wielen gezet en rijdt zo over een treinspoor, aan een waanzinnige snelheid van 40 km/u. Vroeger werd de trein gebruikt om goederen, mensen en dieren te vervoeren, maar sinds de homo turisticus deze trein ontdekte, is het een toeristische attractie pur sang geworden. Meer mee te verdienen natuurlijk en ze zijn hier ook niet achterlijk.

Die sporen kunnen trouwens best wat opknapwerk gebruiken want ze liggen er schots en scheef bij, waardoor we elke bobbel voelen aan onze poep, ons schrap moeten zetten om niet weg gekatapulteerd te worden en ik vooral niet te veel wil nadenken over treinrampen en ontsporingen (ik ben duidelijk misvormd door mijn verleden als woordvoerder bij Infrabel – ik hoor de persgsm al rinkelen).

Bamboo trein

In elk geval, na het betalen van 10 US$/persoon scheuren we aan hoge snelheid over het spoor, met het nodige geschok. Moest dit België en de NMBS zijn, je zou de Belgen nogal horen. Maar goed, dit is Cambodja, waar mensen en dieren gewoon op het spoor lopen en pas op het laatste nippertje bedenken dat ze misschien eens uit de weg zouden kunnen gaan. Vermits er maar één spoor is naar een vijftien minuten verderop gelegen dorpje, wordt de bamboeplank gewoon van het spoor gehaald als er een tegenligger is, om nadien weer op de wielen en de sporen gezet te worden. Een hele belevenis, we kunnen onze ogen niet geloven.

Bamboo Trein

Toen was het nog leuk, maar alles veranderde wanneer we in het dorpje aankwamen en de bestuurder plots in het niets verdween. Daar stonden we dan, langs alle kanten belaagd door vrouwen en kinderen die bleven aandringen om iets te kopen. You sit here. You buy cola. You buy sarong. En zo bleef het maar doorgaan. We hadden niet echt zin in een cola, maar om van het gezeur af te zijn, kochten we er toch maar één die we opdronken tijdens een wandelingetje in het dorp. Maar meteen werden we opnieuw omringd door kinderen, aan elke hand vijf, die armbandjes probeerden te verkopen. Just one dollar, miss. Please buy from me. One dollar. We probeerden hen af te leiden door over dingen als school en vriendjes te praten, maar dat hielp maar even. Uiteindelijk had ik een geel armbandje aan mijn arm hangen dat ik niet wilde en echt niet zou betalen en een ring gemaakt uit gras.

Bamboo trein

Na een dik half uur hadden ze door dat we onwrikbaar bleven en verscheen de bestuurder van de bamboetrein plots weer uit het niets. We konden vertrekken, wat een opluchting. Maar niet voor er een laatste poging gedaan werd om geld los te krijgen: één van de vrouwen sprak ons streng toe “you tip driver afterwards”. Dat vond ik er echt over. We hadden net 10 US$/persoon betaald voor een ritje van in totaal nog geen 30 minuten, wat we al behoorlijk veel vonden, en dan moesten we de bestuurder ook nog eens extra tippen. Ik wilde echt niet de verwende toerist uithangen, maar dit kon echt niet door de beugel. Ik legde vriendelijk uit dat ik dat niet van plan was omdat we al genoeg hadden betaald (een busticket van Kratie naar Phnom Penh kost ongeveer evenveel en duurt zeven uren), maar dat was buiten de man aan de aankomst gerekend. Die liet ons niet van de trein afstappen zonder fooi. We hebben uiteindelijk het kleinste briefje in riel bovengehaald, maar wat een gigantische tweede domper zeg op een op zich leuk treinritje.

Duik in ware Superman-stijl

Op de terugweg van de bamboetrein valt de ketting nog een paar keer van Stijn zijn fiets. Grrr… We nemen een andere weg die een pak drukker is, maar wel met minder hobbels, in de hoop wat door te kunnen rijden. Niet zo’n goed idee bleek achteraf. Op een druk rondpunt snijdt een scooter me de pas af. In een poging om een botsing te vermijden neem ik een te korte draai en begin te schuiven op het asfalt dat net op die plek bezaaid is met steentjes, om uiteindelijk volledig onderuit te gaan, met fiets en al. In een poging om mijn hoofd te beschermen, schuur ik in ware Superman-houding (lees: met de linkerarm vooruit – niet echt slim als je linkshandig bent) over de steentjes. Even snel als ik gevallen ben, sta ik weer recht om te voorkomen dat ik onder een auto terechtkom. Niemand die stopt, met uitzondering van de scooter. Die kijkt even om en rijdt vervolgens lachend verder. Ik heb niet meteen door dat mijn arm bloedt en ook niet dat er steentjes in mijn vel zitten, een paar zelfs diep. Mijn handen zijn ook gekwetst maar minder erg en mijn broek vertoont wat gaten. In een poging om niet flauw te vallen, ga ik half op de stoep liggen terwijl Stijn de wonde uitwast met wat water en er meteen de steentjes uitpeutert. Gruwel, en het centrum van Battambang ligt nog een eindje weg. Als we uiteindelijk, na veel stoppen, bijna flauwvallen en zitten, terug in ons guesthouse zijn, doe ik meteen het gele armbandje en de ring uit die ik aan de bamboetrein kreeg en niet betaalde. Vast een straf van het meisje omdat ik niets wilde kopen :-).

Gewond

Er gaat een grote plakker op de armwonde met heel veel ontsmettingszalf. Om de pijn wat te verzachten gaan we lekker uit eten bij Pommes d’amour – Apple of love. Veel te duur voor ons budget, maar ik ben dan ook een gewond vogeltje dat wat comfort food nodig heeft.

Apple of Love

Architectuurwandeling

Met een gekwetste arm is wandelen geen enkel probleem. Via deze website  hebben we de volgende dag twee architecturale wandelingen in Battambang gedownload. Het bracht ons langsheen gebouwen in nieuwe Khmer architecturale stijl van na 1953, wanneer Cambodja onafhankelijk werd: een zwembad, cinemazaal, tandartsenpraktijk, overdekte markt, … Interessant om te zien want je kijkt wat meer naar boven in plaats van rechtdoor en er zitten echt wel pareltjes bij.
Khmer Architecture Tours biedt ook architecturale wandelingen aan in Phnom Penh, op maat of wandelingen waarbij je gewoon kan aansluiten. Jammer dat we dat toen nog niet wisten.

Filmzaal

Zwembad

Market

Praktisch:

Drinken:

Battambang heeft enkele leuke plekjes waar je op je gemak iets kan drinken en geloof me, dat is een verademing. Riverside Balcony Bar en Choco L’Art Café zijn aanraders.

Logeren:

Wij logeerden in Lux guesthouse. Onze kamer had een prachtig uitzicht over de stad. Kostprijs: 17 €/nacht, zonder ontbijt. Zeker de moeite, al is het personeel wel een beetje bizar.

Vervoer:

We namen de bus van Siem Reap naar Battambang. Kostprijs: 8 US$/persoon. De bushalte ligt in het centrum van Battambang, op loopafstand van elk hotel, maar tuk tuk chauffeurs voeren een waar gevecht om je gratis naar je logeerplek te brengen. Allemaal met één doel voor ogen: je de volgende dag mee op sleeptouw te nemen langsheen alle bezienswaardigheden in en rond Battambang.

Categories: Azië, Cambodja