Met mijn hoofd in het zand naast de olifant

Met mijn hoofd in het zand naast de olifant

Nooit gedacht dat ik ooit op een olifant zou zitten… en eraf zou vallen. Ik ben namelijk nogal tegen zo van die tourist traps waar je ’s ochtends naar een bos wordt gereden in een minibus met airco. Ze hijsen je bij aankomst in een houten zeteltje bovenop een olifant om vervolgens een wandeling te maken van een uurtje in een toeristenkaravaan. Maar waar ik vooral een hekel aan heb is het samen kirren op de terugweg over hoe geweldig het wel niet was. Ik kan mij niet ontdoen van het idee dat die beesten geen tof leven hebben en niet oké behandeld worden.

Een collega van Stijn, Menno, gaf ons de tip om een paar dagen in het Elephant Conservation Center te verblijven. Het centrum ligt in een beschermd natuurgebied aan het Nam Tien meer, waar het overgrote deel van de nog 350 overblijvende Aziatische olifanten in het wild leven. Daarnaast zijn er in dezelfde regio nog zo’n 350 olifanten die als lastdier worden gebruikt in de houtindustrie en privé-eigendom zijn. Het zijn bij wijze van spreken de boerenpaarden van bij ons toen er nog geen tractoren bestonden. Nog maar 700 olifanten in Laos, logisch dat er organisaties als het ECC nodig zijn om kweekprogramma’s op te starten om te vermijden dat niemand binnenkort nog weet wat een olifant is. Ze hebben twee geleden meteen ook het enige ziekenhuis in Laos opgericht, waar gewonde of zieke dieren heengebracht kunnen worden. Daarnaast houden de dierenartsen ook consultaties in de dorpen in de buurt. De centen krijgen ze van de overheid, maar in belangrijke mate ook van mensen zoals wij die op zoek zijn naar een authentieke ervaring, willen meehelpen en bereid zijn om wat meer te betalen voor het goede doel. Maar genoeg geitenwollensokkengeleuter. Hiervoor moet je gaan:

De rust en het landschap: onbetaalbaar

Een fragment uit een National Geographic documentaire, beter kan ik het het plaatje niet omschrijven als je met het wiebelige bootje naar het centrum vaart. Hutjes in een oase van groen en een spiegelglad meer dat zich uitstrekt zover je kan kijken. Het enige wat je hoort zijn het gezoem van insecten (zo van die vieze dikke beesten met harige poten) en het getrompet van olifanten. Meteen ook de geluiden waarmee je ’s ochtends gewekt wordt.
Een paar minuten later lig je in de hangmat van op je privé-terras naar hetzelfde meer te kijken en kan je je nauwelijks voorstellen dat je hier ooit weer weggaat.

Elephant Conservation Center

Op- en afstappen: niet gemakkelijk

Tijdens ons verblijf kregen we enkele lessen van de mahout. Hij is als het ware het baasje van de olifant, de enige waar hij naar luistert.
Op dag één werd het al meteen serieus met de les “Hoe geraak ik op de olifant en nadien er weer af?”. Voor de mensen die het zich niet zo goed kunnen voorstellen een kleine reminder: zo’n beest heeft hoge, dikke poten en een brede rug. Geen fiets dus, waar je zomaar eventjes mee gaat rijden. En nee, ook geen klein, slank paardje. De mahout toonde ons met veel zwier twee manieren om op te stappen. Manier één zag er niet echt veelbelovend uit: hij beval de olifant om de voorste knieën te plooien en zijn kop naar beneden te buigen. Met een gezwinde beweging sprong hij over de kop en in de nek van de olifant, om zich vervolgens in een tweede gezwinde beweging om te draaien. Het heeft namelijk weinig zin om een olifant omgekeerd te berijden. Gelukkig zag manier twee er iets “gemakkelijker” uit: dit keer moest de olifant zijn voorpoten naar voren strekken. De mahout gebruikte één poot als opstapje (een laddertje als het ware) om vervolgens aan het oor van de olifant te hangen en zichzelf op de rug van de olifant te hijsen. Voila, fluitje van een cent en nu mochten wij eens even kiezen hoe we het gingen aanpakken. Bon, ik zag geen van de twee manieren meteen gebeuren dus dan maar de op het eerste zicht makkelijkste manier twee proberen. Maar wel als laatste want ik moest mijn zweethandjes eventjes onder controle krijgen. Je wil niet meteen van zijn oor afglijden wegens nogal belachelijk.

Eerste les

Stijn klom op dat beest alsof hij nog nooit iets anders gedaan had. En jihaa, ongelofelijk en met iets meer moeite en minder stijl (ik wijt het aan mijn kleine gestalte, nah), ben ik er ook op geraakt.
Eventjes een toertje met de olifant maken (dat hobbelt behoorlijk) en dan tadaaaa, het moment suprême: de afdaling. Met andere woorden het tegenovergestelde van wat we voordien deden. Geen idee waar ik met mijn gedachten zat, maar plots lag ik met mijn hoofd in het zand naast de olifant. Ik had wel aan zijn oor getrokken, maar vervolgens vergeten om mijn rechtervoet op zijn poot te zetten en van zijn rug af te glijden, waardoor ik dacht al beneden te zijn, maar er dus lang niet was. Enfin, geen hersenschudding, geen schade aan de ruggengraat, enkel een stijve nek. Gelukkig voor mijn eigen welzijn en dat van de olifanten duurde het verblijf maar een paar dagen.

Eerste les

Mahoutles twee was ook wel interessant: de olifant bevelen geven. Stijn zegt altijd dat ik dat goed kan; ik vind dat zwaar overdreven, maar bon. Het was meteen goed voor onze kennis van Laotiaanse taal: pai (vooruit), sai (links), kwa (rechts), toi (achteruit), haow (stop) en mep long (knielen). Allemaal bevelen die je kort en krachtig moet uitspreken zodat je olifant weet dat je het meent. In elk geval: ik had dezelfde olifant waar ik daags voordien was afgevallen. Tot zover mijn gezag. Die olifant deed juist zijn eigen goesting. Zei ik kwa dan ging hij sai; wilde ik pai dan ging hij toi. Er zit duidelijk geen mahout in mij.

Propere beesten, die olifanten

Olifanten gaan twee keer per dag in bad en in de zomer zelfs vier keer. Het is niet alleen verfrissend, maar van al dat gewandel in het oerwoud wordt een olifant precies behoorlijk vuil. Elke ochtend haalt de mahout zijn olifant op in het bos. Dat is altijd wat zoeken, vermits die olifant natuurlijk niet stokstijf op dezelfde plaats blijft staan. Met een ketting van 30 meter kan je ver geraken. Ik hoor het jullie al zeggen: hoe zielig, aan een ketting. Maar eigenlijk is dat om de olifant te beschermen. Zo kan hij namelijk niet weglopen en de velden van de boeren in de buurt vernietigen. Ze deinzen er namelijk niet voor terug om het dier te doden.

Eenmaal de mahout zijn olifant gevonden heeft, rijdt hij met hem naar het meer voor een ochtendbad. Als je denkt dat die beesten zoals in de strips zichzelf wassen – je weet wel, de slurf als douche – vergeet het maar. Zo’n olifant loopt gewoon het water in en wacht vervolgens tot zijn mahout zijn rug wast en zijn kop nat maakt. Fris gewassen wordt hij opniuew naar het oerwoud gebracht tot 16u. Dan krijgt hij een tweede bad en een nieuwe wandeling naar het bos. Als gast (die dollars mogen iets opleveren) mag je telkens zelf op de olifant zitten. Gezien mijn valgeschiedenis extra spannend op oneffen terrein :-). Ik wil mij geen twee keer belachelijk maken bij die olifant.

Badtijd

Schattig weesje Noy

Eén van de zeven olifanten in het centrum is baby Noy, acht maanden oud en echt een cutie pie. Hij werd enkele maanden geleden naar het centrum gebracht nadat zijn moeder gedood werd door boeren. Een diepdroevig dierenverhaal.
De dierenartsen in het centrum proberen hem zo goed mogelijk groot te brengen, maar hij heeft duidelijk babykuren: uitbreken als hij honger heeft, geen vitamintjes willen slikken, mensen omver lopen als hij zijn zin niet krijgt (niet grappig want hij weegt 100 kilo). Kortom, hij houdt het personeel meer dan fulltime bezig. Maar hij is zo schattig dat je hem alles vergeeft.

Noy

Pas wanneer hij drie jaar is, krijgt hij een echte naam (alle baby’tjes heten Noy) en een Mahout die hem wat manieren zal bijbrengen. Nog even geduld dus.

Subsidies, ze kennen dat hier ook

Om privé-eigenaars te stimuleren om te kweken met hun olifanten heeft het centrum een bonusprogramma opgestart. Elke eigenaar van een zwangere olifant mag zijn dier naar het centrum brengen, waar het gratis kost en inwoon krijgt gedurende de zwangerschapsperiode (22 maanden) en de drie jaren die erop volgen om de baby groot te brengen. Dat heet niet voor niets een olifantendracht. De eigenaar krijgt bovendien een som geld en een tractor ter beschikking zodat hij verder kan werken in de houtindustrie en dus een inkomen heeft. Iedereen blij: de olifantenpopulatie blijft op peil en de eigenaar kan zijn familie onderhouden.

Op bezoek in de kraamkliniek

Jaja, het centrum heeft een kraamafdeling. Er verblijft op dit moment één moeder met een zoontje van twee jaar. Wij mochten op kraambezoek, met een bootje. Het werd kijken van op twintig meter afstand want
moeders zijn jaloerse tantes als je te dicht bij hun kind komt.

Nursery

Praktisch

Vervoer heen

Er vertrekt elke ochtend om 9u een openbare bus vanuit Luang Prabang naar Sayaboury. Zorg ervoor dat je om 7u30 in het zuidelijke busstation staat want als de bus vol is vertrekt ze en moet je wachten tot de volgende dag. Goed om weten: als alle stoelen bezet zijn, schakelen ze een beperkte noodoplossing in: plastieken stoeltjes in de middengang. Geen aanrader op zanderige wegen met veel putten. Kostprijs: 60.000 kip/persoon (6 euro)
Het Elephant Conservation Center zorgt voor een tuk tuk en een boot vanaf het busstation.

Verblijf

Een verblijf in het Elephant Conservation Center (2 nachten, 3 dagen) is niet goedkoop: 210 dollar/persoon (cash te betalen), maar als je weet dat er nog maar 700 olifanten in Laos zijn dan vind ik dat geld goed besteed. Je verblijft in een eenvoudig houten huisje (met hangmat op je privé-terras en een onbetaalbaar uitzicht op het Nam Tien meer) en krijgt drie uitgebreide maaltijden per dag. Douches en toiletten zijn gemeenschappelijk, maar van een properheid die ik deze reis nog maar zelden heb gezien. Wij bleven nog een extra nacht: 60 dollar/persoon. Alles is cash te betalen (in kip kan ook).

Vervoer terug

Het ECC brengt je met de boot en tuk tuk terug naar het centrum van Sayaboury. Wij bleven er nog een nacht logeren omdat we pas de volgende ochtend heel vroeg een busaansluiting hadden naar Vientiane.
De eerste bus vertrekt om 7u bij Sakurai Tours. De rit duurt gemiddeld zeven uur, op zeer slechte wegen. Gelukkig zijn er een aantal stops om de benen te strekken. Het busstation ligt buiten het centrum van Vientiane. Een tuk tuk brengt je voor 15.000 kip/persoon naar Nam Phu, een centraal punt in de stad.

Categories: Azië, Laos