Cape Reinga

Laatste halte: het noordelijkste puntje van Nieuw-Zeeland

Onze road trip in Nieuw-Zeeland zit er bijna op. Alleen Northland, met als hoogtepunt Cape Reinga, ontbreekt nog op ons lijstje. Voor de zoveelste keer is de tijd onze grootste vijand. We hebben nog drie dagen op Nieuw-Zeelandse bodem en nog 956 km af te leggen voor we in Auckland het vliegtuig nemen. Tijd dus om op te kramen in Thames en de rit naar Paihia, Bay of Islands aan te vatten, onze eerste stop in Northland. We zijn nog geen uur onderweg of we verrichten al onze eerste heldendaad …

het redden van een meeuw. Een Nieuw-Zeelandse meeuw dan nog wel. En dat ging ongeveer zo. We stopten omdat we een idyllisch kampeerplekje zagen aan het water, maar al snel vonden we het wat luguber. Aan het naambord bij het oprijden van de parking hing een, op het eerste zicht, dode vogel. Vreemde manier om kampeerders aan te trekken, dachten we nog. Toen we een kijkje namen, begon het arme dieren plots wild heen en weer te flapperen en te krijsen. Rond zijn vleugel zat een vislijn waarmee hij achter het bord was blijven hangen. Hoe lang hij er al hing was een raadsel. Niemand had naar hem omgekeken.
Het beest vastpakken en los maken was geen optie want dan sloeg de paniek nog harder toe. Niet alleen bij de meeuw. Voor wie het nog niet zou weten, ik kan heel slecht tegen dierenleed. Dan lijkt het alsof mijn brein tilt slaat en geen logische oplossingen meer kan bedenken, zoals bijvoorbeeld het nagelschaartje uit onze rugzak halen om de draad door te knippen. Gelukkig heb ik dan aan mijn zijde de altijd rustige Stijn. Geen hulp van mijn kant dus, ook niet om een foto te maken van de heroïsche bevrijding met ons nagelschaartje.

Kawakawa

Het bevrijden van de meeuw was meteen het hoogtepunt van de dag. De rest bestaat uit rijden, rijden en nog eens rijden, tot onze pitstop in Kawakawa, thuishaven van de indrukwekkende Hundertwasser toiletten op Gillies Street. Nog nooit hebben mijn billen zo’n schoon openbaar toilet gezien. De toiletten werden vlak voor zijn dood in 1999 ontworpen door de Oostenrijkse kunstenaar Frederich Hundertwasser, een beetje een bizarre artistieke kluizenaar. Voor de rest valt er in dit slaapstadje weinig te beleven, tenzij je van “locals kijken” houdt.

Hundertwasser toilets

Ruapekapeka Pa

Pitstop nummer twee is Ruapekapeka Pa. Op deze plek werd in 1845 de finale veldslag geleverd tussen de Maori en het Britse leger, nadat de Britse gouverneur Sir George Grey er niet in slaagde om de Flagstaff oorlog te beëindigen na een onderhandelingsronde. De Britten waren in de minderheid maar hadden kanonnen en moderne wapens. De Maori waren met meer maar ook slim. Ze bouwden een ingenieuze “pa”, een omheind dorp met veel gangen en vluchtmogelijkheden naar het achterliggende woud.
Na weken vechten ontdekte één van de Britten dat het wel heel stil was in de Pa. Ze vallen binnen en treffen niemand aan. Op dat moment proberen de Maori hun pa weer binnen te komen. Er volgt een bloedig gevecht met heel wat doden aan de zijde van de Maori. De overblijvende Maori vluchten het woud in en zo kwam er een einde aan de oorlog.

Ruapekapeka

Vandaag hangt er een vredige sfeer en je ziet nog stukken van de gangen, verspreid over de vlakte. Alleen al voor het uitzicht moet je hier minstens een half uurtje doorbrengen. Veel toeristen kom je hier niet tegen.

Paihia

Twee minuutjes voor sluitingstijd van de receptie van onze hostel, The Mousetrap, rijden we Paihia Paihia binnen. Een behoorlijk toeristisch stadje van waaruit de meeste mensen de Bay of Islands verkennen. Logisch want er zijn een paar prachtige verlaten strandjes en de fervente visser bloeit hier open.
Het schemert al een beetje wanneer we eindelijk ingecheckt zijn. Veel fut is er niet over na een dag rijden. We besluiten om een rustig restaurantje te zoeken voor wat comfort food. Paihia ligt bezaaid met restaurantjes en cafétjes. Wij zoeken een rustiger plekje van het stadje op en belanden in een verrukkelijk Italiaanse restaurantje Ruffino op de eerste verdieping van een wat verlaten uitziend gebouw. Het is er gezellig druk, maar het personeel verliest op geen enkel moment zijn cool en vriendelijkheid. Ook het eten is yum.

Ninety Mile Beach

Na een redelijk rusteloze nacht (geen idee waarom) zitten we om 8u met kleine oogjes en een ochtendhumeur (dat krijg je als je geen koffie drinkt ’s ochtends) in de auto. Onze eerste stop is Ninety Mile Beach, aan de westkust van het schiereiland. Eigenlijk is het een strand met grootheidswaanzin want het strekt zich in werkelijkheid maar uit over 64 mijl (zo’n 103 km).

Ninety Mile Beach

Dit is zo wat het enige strand waar je met een 4×4 mag scheuren. Op eigen risico uiteraard. Met onze blauwe Toyota Corolla zien we het niet meteen gebeuren. We zouden niet de eerste zijn om vast te komen zitten wanneer de zee op komt. Een hulplijn bellen is op dat moment geen optie vermits hier nul komma nul bereik is. Ik denk trouwens niet dat onze verhuurmaatschappij daarmee kan lachen.
Veel volk is hier vandaag niet te bespeuren met uitzondering van een bende gekke Aziaten die wel vijftig keer omhoog springen om de beste foto voor het thuisfront te maken. Wat ons betreft is deze wel in orde jongens.

Ninety Mile Beach

Maar dus, voor de gelukkigen met een 4×4: als je Ninety Mile Beach volgt tot het einde kom je uit aan Cape Reinga, ons hoogtepunt van vandaag.

Cape Reinga

100 km rijden van het meest noordelijke stadje van Nieuw-Zeeland, Kaitaia, kom je aan in Cape Reinga, het meeste noordelijke punt. Hoewel, helemaal waar is dat ook niet: Surville Cliffs, 30 km ten oosten van Cape Reinga, liggen nog iets noordelijker.
In Cape Reinga botsen de Tasmaanse Zee en de Stille Oceaan letterlijk op elkaar.

Cape Reinga

Reinga is Maori voor onderwereld. De Maori geloven dat hun overledenen hier hun reis naar de onderwereld aanvangen. Verwacht niet om hier alleen te zijn. Sinds er een deftige weg aangelegd werd in 2010 ontvangt Cape Reinga 100.000 bezoekers per jaar. In het hoogseizoen stoppen hier 1.300 auto’s en bussen. Dat zijn er meer dan we tijdens onze hele maand Nieuw-Zeeland gezien hebben.

Cape Reinga

Wil je toch een beetje ontsnappen aan de drukte? Volg dan één van de wandelpaden of zet je op het puntje van de rots met uitzicht op het lager gelegen strand, de vuurtoren en water zover je kan kijken. Je bent niet alleen, maar je krijgt toch de kans om te genieten van deze vredige plek aan het einde van de wereld. Iets later op de dag (rond 16u) komen helpt ook. Vergeet niet dat je nog een eind terug moet rijden en er geen straatverlichting is.

Sandboarding in Te Paki

Een klein kickje beleven, mag ook wel vandaag. Daarom stoppen we in Te Paki waar je kan sandboarden van gigantische duinen. Als je beneden staat met je boogie board, denk je “O, eitje!”. Maar we willen toch niet te veel afgaan, dus proberen we eerst een klein duintje. Dat lukt zonder problemen, dus hop naar de hoge duinen. Onder een brandende zon klimmen we in het mulle zand steil naar boven om helemaal bezweet en rood als een tomaat boven aan te komen. Geweldig, lekker plakkerig op je buik op een board een duin af sjeesen.

Sandboarding

Sandboarding

Ik slaag er absoluut niet in om elegant van die duin te glijden. Wanneer ik boven op mijn board lig, met het hoofd naar onder, moet ik bijna overgeven van de hoogtevrees. In plaats van ontspannen naar beneden te glijden, ga ik helemaal verkrampt de duin af met de handen vooruit in het zand en de voeten ook om zoveel mogelijk af te remmen. Het ziet eruit als een gigantische zandwolk. Stijn glijdt wel vlotjes naar beneden en daar heeft mijn ego toch wel een beetje last van. Nog een keer naar boven dus voor poging nummer twee.

Sandboarding

Eenmaal ik aan de rand sta, is het misselijke gevoel er weer. Heel mijn lijf schreeuwt neen en de boterhammen van die middag zetten hun tocht al in richting mijn keel. Ik probeer nog even om toch op het board te gaan liggen, maar het wordt alleen erger. Ik druip af, te voet naar beneden, terwijl twee zevenjarige meisjes de duin afgaan alsof het niets is. Met emmers zand op ons lijf en in onze kleren maken we nog een ommetje langs St Paul’s Rock.

Sandboarding

Wie geen zin heeft in sandboarding kan de duinen ook te voet beklimmen. Het uitzicht is onbetaalbaar.

Sandboarding

Saint-Paul’s Rock

Wie een stukje authentiek, onbezoedeld Nieuw-Zeeland wil zien, moet zeker stoppen in Whangaroa Harbour, een van de mooiste havens ter wereld en wat ons betreft het mooiste plekje in de Bay of Islands. Vanaf St Paul’s Rock krijg je het mooiste uitzicht op deze haven en de omliggende eilandjes en rotsformaties – resultaat van de uitbarsting van oude vulkanen twintig miljoen jaren geleden. St Paul’s rock is zo’n vulkanische rots die in het landschap terechtkwam na de uitbarsting. Hier heb je echt het gevoel alsof je op het dak van de wereld staat.

St. Paul's Rock

St. Paul's Rock

Russell

Die avond nemen we de ferry in Opua naar het schattige stadje Russell. Iets buiten het centrum ligt één van de beste hostels in Nieuw-Zeeland, Wainui Lodge, met slechts twee kamers maar wat een ligging. We zijn over the moon dat we een kamer hebben kunnen bemachtigen en we vinden het dan ook niet nodig om er die avond nog uit te komen.

Ferry naar Russell

Wainui Lodge

Wainui Lodge

De volgende ochtend drinken we een koffietje in de tuin. Van alle koffietjes is dit toch het koffietje met het mooiste uitzicht. Omdat we nog helemaal naar Auckland moeten, checken we vroeg uit en na een gezellige babbel met de Duits-Nieuw-Zeelandse eigenaars zitten we alweer in de auto. We nemen eerst een ontbijtje in het centrum van Russell op een terrasje aan het water en slenteren dan even door de hoofdstraat en langs het kerkje.

Russell

Abbey Caves

We nemen terug een scenic route richting Auckland. Altijd veel leuker omdat je dan echt langs pareltjes rijdt. Waipiro Bay, Elliot Bay, Taupiri Bay zijn stuk voor stuk pareltjes.

Bay of Islands

Bay of Islands

Maar het hoogtepunt is toch de Abbey Caves in Whangarei, kalkstenen grotten die je op eigen houtje en dus ook op eigen risico verkent. Hoeveel grotten er precies zijn, weten we niet, maar er zijn drie grotten toegankelijk voor het publiek: Organ Cave, Middle Cave en Ivy Cave. Het plannetje dat buiten ophangt is niet echt duidelijk, maar we wagen het er toch maar op. Gewapend met onze petzls (begin niet met een gewoone zaklamp want je hebt je handen nodig), slechte kleren en stevige schoenen verkennen we Organ Cave, die zijn naam kreeg op basis van de stalagtieten die de vorm hebben van orgelpijpen.

Abbey Caves

Abbey Caves

Om de grot te bereiken starten we meteen met wat stunt- en vliegwerk. De ingang is versperd met grote en kleine rotsblokken waarlangs we onze afdaling beginnen. De afgelopen dagen heeft het niet geregend en dat zal het vandaag ook niet doen. Toch staan we meteen tot onze knieën in het ijskoude water. We klimmen en dalen via glibberige rotsen en telkens we onze petzls uitschakelen worden we getrakteerd op een groene sterrenhemel van gloeiwormen. Blij dat we toch tijd gemaakt hebben voor dit natuurwonder.

Abbey Caves

Abbey Caves

Praktisch:

Reis:

Vanuit Paihia naar Cape Reinga ben je al snel 2u40min onderweg (213 km). Vergeet niet om voldoende te tanken want in het noordelijkste punt wordt het moeilijk om een tankstation te vinden.

Sandboarden:

Aan de voet van de zandduinen in Te Paki staat een truck waar je sandboards kan huren. Een board kost 15 NZ$/pp en je mag het zo lang gebruiken als je wil. Wil je zeker zijn van een board, bel dan de ochtend zelf even met Ahikaa Adventures, 09 409 8228.

St Paul’s Rock:

De wandeling naar St Paul’s Rock duurt een half uurtje enkel. Het wandelpad is absoluut niet zwaar. Pas wanneer je aan de rots zelf komt, moet je je een stukje optrekken aan kettingen.
Het startpunt ligt aan het einde van Old Hospital Road.

Slapen:

In Paihia logeren we in The Mousetrap. De eigenaar is een beetje een arrogante kerel en de kamers zijn niet echt geweldig. Kostprijs: 60 NZ$/kamer
Dan boek je beter een extra nachtje in Wainui Lodge in Russell. De locatie is prachtig met een tuin die uitgeeft op het water. We worden bovendien met open armen ontvangen. Dit zijn absoluut de vriendelijkste hosteluitbaters die we tot nu ontmoet hebben. Ze zijn enkel in het zomerseizoen op. Toppertje! Kostprijs: 60 NZ$/kamer

Ferry Paihia-Russell:

Tussen Paihia en Russell, de twee populairste dorpjes in Bay of Islands, varen twee types ferries, eentje voor passagiers en eentje voor voertuigen. De ferry voor passagiers vertrekt vanuit de kade van de dorpen zelf en kost 12 NZ$/pp/heen en terug. De ferry voor voertuigen vertrekt vanuit Opua naar Okiato. Kostprijs: 13 NZ$/voertuig + 2 personen

Categories: Nieuw-Zeeland, Oceanië