20130123-DSCF3869

Een dagje de boer op

Als volbloed plattelandskind en semi-plattelandskind (ik laat in het midden wie wat is) willen we af en toe eens tussen de velden rijden en de koeienstront rieken. Volgens onze Lonely Planet is de omgeving van Kratie daar de beste plaats voor. Als is het maar omdat de overheid hier een prachtig initiatief opstartte zodat toeristen het echte Cambodja kunnen ontdekken (de meeste Cambodjanen wonen op het platteland) en ook hier hun dollars laten rollen. Het initiatief kreeg de ronkende naam “Mekong Discovery Trail”. Via een aantal uitgestippelde routes per kajak, mountainbike, brommer, tuk tuk en zelfs paard en kar leren toeristen een andere, mooie maar veel armere kant van het land kennen. Voor zij die willen, liggen er ook homestays (logeren bij de mensen thuis) op de routes.

Het enige probleem is dat bijna niemand ons meer kan vertellen over de Mekong Discovery Trail. De website blijkt niet te werken en bij de toeristische dienst spreken ze nauwelijks een woord Engels, wat toch wel een beetje raar is. Na veel gebarentaal en gefrons van de Cambodjaanse dame die ons te woord staat, krijgen we een plannetje in onze handen geduwd. Dat heeft precies al eens in de regen gelegen want alles plakt aan elkaar. Op meer hoeven we duidelijk niet te rekenen. Gelukkig zien we nadien dat er op de achterzijde van het ondertussen gescheurde plan een aantal routes uitgestippeld staan, inclusief een aanduiding van het geschikte vervoermiddel om de trip tot een goed einde te brengen.

Mekong Discovery Trail

Wat de toeristische dienst niet doet, doet onze hotelmanager dan weer in extreme mate, op het irritante af. Elke keer we ons durven te laten zien, worden we onder druk gezet om een dagtrip met hem te doen. Die hij trouwens voor veel te veel geld wil verkopen en waarbij we zogezegd enkel in zijn geboortedorp kunnen logeren in een homestay, samen met een groep andere toeristen. Weg authentieke ervaring.

Onze rugzakken achterlaten en zelf een homestay regelen is ook geen optie. Ze hebben zogezegd geen opslagplaats voor bagage, maar op eigen risico kunnen we alles gewoon open en bloot aan de receptie laten staan. Say what?!

Dan maar een wijziging van de plannen. Bij het Tokae restaurant, gerund door een Spanjaard en zijn Cambodjaanse vrouw, huren we een brommer voor 7$ en trekken er zelf op uit. Als we vroeg opstaan, is er voldoende tijd om het stuk van de Mekong Discovery Trail te doen dat we in gedachten hebben: de Wat Sansar Mouy Roy Trail (44 km). Een route die ons recht het platteland in katapulteert en ons tot Sambour brengt. Daar staat een prachtige tempel met felgekleurde muurschilderingen uit de 16de eeuw: de Wat Sarsar Mouy Roy. In de jaren ’70 werd deze tempel vernietigd door de Khmer Rouge, maar ondertussen schittert hij weer.
Mooi, zo’n tempel Maar wat ons onderweg vooral treft is het prachtige landschap en de oprecht vriendelijke mensen. Geen verborgen agenda’s hier als ze je vragen hoe het met je gaat. Heerlijk!

Wat Sarsar Mouy Roy

Het is zondag dus de meeste mensen doen het nog rustiger aan dan op andere dagen. Favoriete bezigheid zijn sms’en en bellen vanuit de hangmat (niks nieuws daar) en bijpraten met familie. Alleen dragen de mensen opvallend vaker een pyjama. Of dat nu aan de dag ligt of dat plattelanders meer pyjamamensen zijn dan stedelingen, weten we niet precies. Feit is dat er hier ongelofelijk veel verschillende pyjamaprints bestaan en die pyjama’s worden eindeloos gecombineerd. Sommigen dragen er een trui onder met rolkraag (32°C is inderdaad frisjes) of combineren hun pyjama met een blazer. Misschien moet ik die rage toch eens in België lanceren.

Mekong Discovery Trail

Omdat we de mensen niet financieel kunnen steunen via een homestay stoppen we wat vaker om iets te drinken of te eten. Gedroogde bananen zijn trouwens onze nieuwe favoriet. Eigenlijk lusten wij die dingen helemaal niet, maar Cambodjaanse bananen zijn gewoon anders, nah! Onderweg zien we ook een felrode sjakosj tussen het fruit en wat hemden hangen. Je weet wel, zo eentje die roept “Koop mij!”. Eigenlijk heb ik daar geen plaats voor in mijn bagage, maar ’t is zo’n schoon ding. Raad eens wat er in mijn rugzak gepropt zit en waar ik de komende vier maanden waarschijnlijk niets aan heb …

Sambour

We genieten allebei van ons dagje zonder “Hello, tuk tuk.” en het gevoel dat je een wandelende portemonnee bent. Niet dat we geen “hello” meer zeggen. Maar dit keer is het tegen de kindjes onderweg. Ze cirkelen rondom ons met hun fietsjes en roepen bij elke toertje “hello” onder luid gegiechel. Of ze zwaaien vanuit hun huis en roepen al van ver “hello” zodat we het zeker gehoord hebben wanneer we voorbij rijden. Sommigen zeggen zelfs in één ruk “bye” of “what’s your name” en lopen dan gewoon weg zonder op het antwoord te wachten. Mij hoor je geen opmerking maken hoor want hun Engels is een pak beter dan ons Cambodjaans.

Hello-girls

Net wanneer we dachten dat de dag niet beter kon worden, moest het beste nog komen: een close encounter met de Irrawaddy-dolfijnen ter hoogte van Kampi (in het droge seizoen is hier ook een waterval, komt dat zien). Tot nu hadden we enkel wat wazige foto’s gezien van deze zeldzame zoetwaterdieren. Mijn pessimistische ik denkt dan meteen dat het een valkuil is om wat extra geld uit ons te schudden. Maar nee hoor. Plots waren ze daar. Al hebben we het wel aan een Spanjaard te danken die net aansjeesde op zijn brommer. Zonder hem waren we waarschijnlijk niet in de boot gestapt, maar met drie personen kostte de trip maar 7$/persoon in plaats van 8$ en onze Spanjaard keek zo zielig met die donkerbruine ogen.

Dus bij deze liefste Pedro of Alexandro of hoe je ook heet: bedankt voor de meest ondenkbare afsluiter van onze dag! Het was een onvergetelijke ervaring, ook al kwamen de dolfijnen niet erg dichtbij. En zelfs als we ze niet hadden gezien, was het nog een fantastisch einde van een mooie dag geweest. De boottocht en de zonsondergang zijn negens mooier dan op de Mekong in Kampi. Zeg maar dat ik het gezegd heb.

Irrawaddy dolfijnen spotten

Nog een klein tipje voor onderweg: mocht je een wielrennerbroek met zeemvelletje in je baggage hebben zitten, aantrekken die handel. Het is namelijk onmogelijk om de vele putten in de weg (zeker op het einde van het regenseizoen) te omzeilen en zo’n zeemvelletje zorgt in dat geval voor een zachte landing en wat meer comfort aan de billetjes. Zeker als je achterop zit.

Koh Trong

Krijg je niet genoeg van het platteland of heb je weinig tijd? Dan is Koh Throng, het eiland dat vlakbij Kratie ligt, een snelle en fijne bestemming. We verbaasden ons over de weidsheid, de rust en hoe mooi het er is. Neem gewoon de overzetboot (1000 riel – 20 cent – voor 10 min. varen) naar het eiland en huur ter plekke een fiets (1$/dag – wel goed de remmen controleren voor je vertrekt). Dat bespaart je veel gesukkel om met die fiets op de boot te geraken.

Koh Trong

Op het eiland zelf is er maar één weg dus je moet al veel moeite doen om verloren te rijden: een stukje is gebetonneerd, de rest is gewoon een aardepad. Mis vooral het Vietnamese drijvende dorp niet aan de westelijke zijde van het eiland. Loop hiervoor de berg af, achter de felgekleurde tempel.

Koh Trong - Floating Village

Je vindt op het eiland ook enkele homestays. Hou wel in gedachten dat de mensen hier behoorlijk verstedelijkt zijn. Een meer authentieke ervaring vind je in de homestays langs de Mekong Discovery Trail. Trouwens, de koeienstront ruikt hier een pak beter dan in België.

Praktisch

De lekkerste vis amok eet je in het Tokae restaurant, gelegen aan de avondmarkt in het centrum van Kratie. Ook de andere hoofdgerechten en het ontbijt zijn overheerlijk. Fijne man trouwens, die Spaanse eigenaar.

Categories: Azië, Cambodja