Eco logeren, het vraagt wat van een mens

Eco logeren, het vraagt wat van een mens

Als we om 19u30 de enige weg, een onverlicht zandpad met diepe putten, naar het Jasmine Valley Eco-Resort in Kep inslaan, begint er een bewogen rit. De tuk tuk chauffeur is niet goed gezind omdat hij ons in het donker naar het hol van Pluto moet brengen en wij zijn lastig omdat ons dat 5 US$ gaat kosten voor een afstand van 2 km. Normaal betalen we daar maximaal 1 US$ voor, maar omdat niemand ons wil brengen voor dat bedrag hebben we weinig keuze.

Dat slecht gezind zijn heeft duidelijk een invloed op de rijkunsten van onze chauffeur. Aan de snelheid waarmee hij door het donker sjeest en niet eens moeite doet om de putten te ontwijken, mogen we blij zijn dat de tuk tuk overeind blijft. Tot overmaat van ramp begeeft het licht van zijn brommer het waardoor we enkele meters in het pikdonker rijden en gevaarlijk beginnen te slalommen. Hier en daar raken de wielen enkele boomwortels en zwiepen de takken in ons gezicht. Af en toe zien we iets omdat een bliksemschicht een stukje van de weg verlicht. Het regent en onweert onophoudelijk en ondertussen zijn we al dik twintig minuten onderweg op een weg die volgens Google maps helemaal niet naar ons jungleverblijf leidt. Gelukkig krijgt de tuk tuk chauffeur het licht weer aan de praat door er een aantal keren met de vlakke hand op te slaan. Oef, nu zien we het tenminste wanneer we verongelukken.

Na een dik half uur stopt de tuk tuk plots in the middle of nowhere en kondigt de chauffeur koeltjes aan dat we er zijn: “We there. Can I have money now?”. Er is in de verste verte geen Jasmine Valley te bekennen, alleen maar bomen en een pad dat verdwijnt in het donker. Ik vind het raar dat hij zo aandringt om zijn geld te krijgen, vooral omdat hij me ook nog eens het gevoel geeft dat hij zo snel mogelijk weg wil. In ons beste Aziatisch Engels, waar we ondertussen heel goed in zijn geworden, zeggen we schaapachtig: “We are where there? No see nothing. You come with us with light and then we pay you when we there. Ok?”. Die man was duidelijk niet van zijn stuk te brengen want hij bleef maar herhalen en wijzen naar iets in het donker: “We there, we there.”. Enfin, na wat heen en weer gediscussieer, loopt hij toch met ons mee tot we effectief het bordje Jasmine Valley Eco-Resort zien. “See, we there. 5 dollars, ok?”

Terwijl de tuk tuk wegrijdt, schuifelen wij voetje voor voetje in het donker naar onze slaapplaats, te lui om onze zaklamp te zoeken. Om even later wat verdwaasd van de rit het resort binnen te wandelen. Wij zijn duidelijk niet de enigen die wat over hun toeren aankomen in het donker. Meteen krijgen we een drankje van het huis en een fris munthanddoekje om het zweet en de modder af te vegen. Alles om ons weer blij te maken na deze helse rit waar we ons niet meteen aan verwacht hadden. Of we eten willen bestellen of liever in de stad eten, wil het meisje aan de receptie weten. Er is no fucking way dat ik vanavond opnieuw in een tuk tuk stap. Bovendien hebben ze “moeulleux au chocolat” op het menu staan. Voor mij is het duidelijk: we eten hier! Tevreden toont het meisje onze hut, via een glibberig paadje onder het flauwe schijnsel van een klein zaklampje. We worden vergezeld door kikkers, gekko’s en krekels. En waarschijnlijk ook slangen en spinnen, maar die zien of horen we niet meteen.

Jasmine Valley Eco Resort

Onze hut heeft geen elektriciteit, alles werkt op zonne-energie. Met andere woorden: op is op. Douchen kan alleen met koud water. Niemand staat namelijk graag lang onder een koude douche, wat het waterverbruik drastisch doet afnemen. Slim bekeken natuurlijk. Wij zijn al lang blij dat de douchekop een keertje niet boven het toilet hangt.

Jasmine Valley Eco-Resort

We zoeken ons een plekje uit in de mooie tuin en eten super lekker bij kaarslicht. Om nadien de calorieën weg te werken met een partijtje tafeltennis en poolen. We gaan ook eens kijken naar de skateramp en het zwembad met de visjes die je voetschimmels opeten. Vervolgens het bed nog eens controleren op enge beestjes en dan zijn we klaar voor de nacht.

Jasmine Valley Eco Resort

De volgende ochtend ontmoeten we een zotte Amerikaanse dame van een jaar of zestig aan het ontbijt. Ze reist een stukje met een vriendin maar het overgrote deel van haar drie maanden durende reis doet ze alleen. Veertig jaar geleden had ze als jong veulen vier maanden door Indonesië gereisd. Daar hadden ze nog nooit een blanke gezien. Een geweldig avontuur en ik kan alleen maar denken dat ik te laat geboren ben. Alles is al ontdekt, maar, then again, ik ga nu ook niet thuisblijven.

Haar verhalen leiden me af van de gedachte dat hier slangen mee komen ontbijten. Dat had ik die ochtend in het foldertje in onze kamer gelezen. Alsof het niets is, liet het management even weten dat er een gele slag in Jasmine logeert die heel vriendelijk is en ’s ochtends wel eens dag komt zeggen. Aaien mag, bang zijn niet want dat voelen die beesten. Ik weet even niet wat ik met mezelf en mijn slangenfobie moet aanvangen. Gelukkig hebben we de slang niet gezien. Waarschijnlijk zelf een paar dagen op vakantie.

Jasmine Valley Eco Resort

De kokoswafels geven tonnen energie dus na het ontbijt trekken we onze wandelschoenen aan voor een stevige wandeling langs de monkey trail, die vertrekt achter onze eco lodge en ons door het Kep National Park naar de krabmarkt leidt. Het is duidelijk dat ik niet meer in mijn looproutine van thuis zit. Na een kilometertje bergop ligt mijn tong op de grond en zie ik zo rood als een tomaat. Ik steek het voor alle gemakkelijkheid even op de leeftijd en het is meteen ook een goed excuus om ergens halfweg bij Led Zep II te stoppen voor een vers geperst sapje en jawel, een pannenkoek met kokos en banaan. Drinken en eten met uitzicht op de jungle en de zee in de verte, ik heb al slechter meegemaakt.

Monkey Trail

Led Zep II Café

Als we bij de krabmarkt toekomen, wordt net de oogst van de dag binnengehaald: joekels van krabben die vanavond in één van de strandrestaurantjes geserveerd worden. Met al dat eten vandaag hebben we nog geen honger dus we stappen nog een kilometer of twee verder naar het zandstrand van Kep. Over dat zand is behoorlijk wat te doen. Volgens de Lonely Planet is het een lelijk strand omdat het zand een erg donkere, bijna zwarte kleur heeft. Volgens wikitravel overdrijft Lonely Planet dan weer en is het een zeer aangenaam en mooi strand. Ik geef wikitravel gelijk: Kep heeft een tof strand en de zonsondergang is er prachtig. Wij zijn trouwens niet de enigen die daar zo over denken. Heel veel locals komen bij de start van het weekend met busjes naar dit strand: oma, opa, neefjes, nichtjes, de buurkindjes, … allemaal opeengestapeld in een busje voor acht personen.

Crab Market

Kep Beach

Vandaag is het trouwens een topdag want er zit een meisje topless in de zee, die bij een oudere blanke man hoort. Grote hilariteit bij de locals, de mannen halen zelfs hun verrekijker boven en er ontstaat bijna een gevecht over wie eerst mag kijken. Hun vrouwen weten met zichzelf geen blijf: ze lachen heel hard en aan één stuk door, want topless, dat is echt voor hoeren.

Kep Beach

Wij hebben van al dat tumult en gestap honger gekregen en lopen terug richting krabmarkt. Volgens de meisjes van Jasmine Valley is Kimly het beste krabrestaurant uit de hele rist van restaurants. Hun vriendjes nemen hen daar mee uit eten als er iets te vieren valt. Gelijk hebben ze: de specialiteit “krab met kampotpeper” is overheerlijk en ook de garnalen in zoet-zoute saus zijn yum! We bestellen er een goeie fles Chileense rode wijn bij die hier goed te betalen is en zo houden we ons eigen feestje zonder iets te vieren te hebben. Met stip het lekkerste eten tot nu.

Crab Market

Omdat de beste koks ter wereld alleen maar koken met kampotpeper moeten wij dat ook hebben. Niet dat wij koken ofzo, maar toch. De volgende dag nemen we een tuk tuk naar Sorn Sothy, een biologische peperteler. We krijgen een korte toelichting over de drie verschillende soorten pepers (rood, wit en zwart) en mogen ook proeven, want o ja, er is een verschil in scherpte. We hebben op een gegeven moment twee flesjes water moeten kopen omdat onze mond in brand stond. Uiteindelijk werd rode peper de aankoop van de dag: een Belgisch compromis want niet te sterk en ook weer niet te zacht. Nu nog iemand zoeken die bij ons wil komen koken vanaf maart. Kandidaten mogen ons altijd mailen.

Sorn Sothy

 

Categories: Azië, Cambodja