Rinjani

Drie dagen stijf

Nu we toch in Lombok zijn, besluiten we om de gunung Rinjani te beklimmen, een nog actieve vulkaan van 3.726 meter hoog omringd door een prachtig meer, die in 2010 voor het laatst uitbarstte. Een beetje living on the edge nu we niet werken, kan nooit kwaad :-).

Omdat het regenseizoen in alle hevigheid losgeslagen is, besluiten we om ons eerst goed te informeren over de haalbaarheid van zo’n beklimming vermits we behoorlijk wat moeten klimmen door het regenwoud (very slippery, zoals ze dat hier zo mooi zeggen). Bovendien heeft het weinig zin om al die moeite te doen en eenmaal op de top niets te zien omwille van de wolken en de mist.

In Senggigi bulkt het van de organisaties die de trekking aanbieden. De prijzen verschillen nogal en de ene na de andere belooft ons prachtig weer. Vreemd in een land waar ze niet aan weersvoorspellingen doen. Alles om geld in het laatje te krijgen zeker.
De enige organisatie die de ballen heeft om eerlijk te zijn is de Rinjani Trekking Club. Zij raden aan om te opteren voor de tweedaagse trekking tot aan de kraterrand. Het weer is te slecht om helemaal naar de top te klimmen. Ze zijn iets duurder dan de andere aanbieders, maar ze betalen hun gidsen en dragers beter en zorgen voor stevige en lekkere maaltijden.

Lombok-Rinjani-1

Rinjani trekking

Om 8u45 beginnen we aan onze beklimming vanuit Senaru, na een autorit van een uur vanuit Senggigi en een stevig ontbijt. Het wordt een flinke klim (1900 meter stijgen over een afstand van 9 km) en verdorie ik heb gevloekt, maar eenmaal aan de kraterwand (2641 meter hoogte) trekt de hemel open en krijgen we een prachtig zicht op de krater, het meer en de top van de Rinjani.

Mount Rinjani

Rinjani meer

Van op de andere heuvel zien we de Gili-eilanden liggen en in de verte Gunung Batur op Bali. Missie geslaagd want tien minuten eerder viel de regen nog met bakken uit de hemel.

Zicht op de Gili's + Bali

Groot applaus voor onze drager trouwens. Terwijl wij onszelf de berg opsleurden met enkel een dagrugzakje, droeg hij ons eten, de tent, slaapzakken en matjes naar boven. Goed voor veertig kg (!!). Dat allemaal op teenslippers alstublieft dank u wel en aan een snelheid waarmee ik nog niet eens door ons vlakke Belgenland jog. Vijf uur van ons leven heeft het gekost om de krater te bereiken. Dat is twee uur sneller dan gemiddeld. Jihaaa!!! Ik ben dus toch niet zo’n ouwe doos.

Rinjani drager

In het hoogseizoen (juli en augustus) kamperen maar liefst honderd mensen aan de kraterrand. Toen wij er waren, deden we het met twaalf tentjes of 24 mensen. Gelukkig maar want ik zag niet meteen waar al die tentjes zouden moeten staan.

Tenten

Nadat onze tent is opgezet, begint de drager aan ons tasje thee en ons diner. Ah, zalig. Ondertussen is de temperatuur gezakt tot 5°C, niet meteen een temperatuur waar wij aan gewoon zijn de laatste maanden. Om 20 uur liggen we al in onze tent, drukdoend om onze lichaamstemperatuur op peil te houden. Maar niets helpt. Terwijl Stijn zijn stoof op volle toeren draait, geraakt mijn blaas helemaal van streek van de kou. Ik moet ’s nachts maar liefst zes keer opstaan om te plassen (in de gietende regen en met een stevige wind), de laatste keer met de schrik van mijn leven. Het is niet bepaald grappig wanneer je iets achter je hoort lopen terwijl je broek op je enkels hangt en je maar een klein lampje bij de hand hebt. Het blijkt uiteindelijk een hond uit het dorp te zijn, op zoek naar eten.

Rinjani

Met weinig slaap vertrekken we de ochtend nadien om 7u30 aan onze terugtocht. Onze gids moet precies op tijd thuis zijn van zijn vrouw want hij loopt aan een hoog tempo de berg af. Wij willen ons niet laten kennen, dus gaan we aan hetzelfde tempo met hem mee. Om 11u staan we al beneden. Snel nog een lunchke bereid door onze drager naar binnen spelen en dan hop, naar de Gili-eilanden om wat uit te rusten. Dat was nodig want we zijn drie (!) dagen stijf geweest. Niet gewoon wat spierpijn, maar echt bijna niet van de trap kunnen, laat staan op een elegante manier neerzitten. Volgende keer toch iets trager afdalen in plaats van de grote jan uit te hangen.

Nog wat thee voordat we aan de afdaling beginnen

Mount Rinjani

Starten aan de afdaling

Einde gehaald

De Gilis, drie eilanden voor de kust van Lombok, vonden wij trouwens een dikke tegenvaller. Gili Trawangan is precies wat ze erover vertellen: een paradijs voor backpackers die willen feesten, maar verder is er weinig te beleven. Zelfs het snorkelen is niet echt de moeite. Gili Meno en Gili Air zijn mooier, rustiger en trekken een breder publiek aan, maar geef ons maar de stranden rond Kuta.

Gili Trawangan

Gili Air

Gili Meno

Praktisch:

Wij boekten onze Rinjani trekking bij de Rinjani Trekking Club en betaalden 215 US$/persoon.
Hiervoor kregen we een gids en een drager, kampeermateriaal, uitgebreide maaltijden en voldoende water. Niet goedkoop, maar het is wel een unieke ervaring.

De organisatie zette ons na de afdaling af in Bangsal. Van hieruit vertrekken de boten naar de Gilis. Het gemakkelijkst is om een boot naar Trawangan te nemen (10.000 rupiah/persoon). Van hieruit neem je een boot naar Air of Meno. Wie terug naar Bali wil, kiest tussen enkele speedboten. Wij namen de boot vanuit Meno naar Padang Bai (650.000 rupiah/persoon/enkel). Van daaruit vertrok er een bus richting Sanur, in de prijs begrepen.

Categories: Azië, Indonesië