Coromandel

Cruisen op Coromandel

Exact twee dagen hebben we om het schiereiland Coromandel, op het noordereiland van Nieuw-Zeeland, plat te rijden. De keuzestress slaat meteen toe, want twee dagen is veel te weinig om alle mooie plekjes te ontdekken. Maar wat moet moet. We maken van ons hart een steen en richten onze pijlen op Tairua en Thames. Tairua is een gezellig, piepklein kuststadje met één hoofdstraat en een handvol restaurantjes en cafétjes. Veel zien we niet die eerste avond want het is al donker wanneer we inchecken. Maar dat wordt de volgende ochtend ruimschoots goed gemaakt. Wanneer we de oranje gordijnen van onze kamer opentrekken, worden we beloond met een prachtig uitzicht op Paku schiereiland. Hier kunnen we niet zomaar vertrekken zonder te genieten van een dampend kopje oploskoffie van op ons privé-terras op 2 m hoogte met de zon in onze ogen.
“Wat als we gewoon voor altijd hier blijven?”. Gek hoe je allebei hetzelfde denkt zonder het te hoeven uitspreken.

Coromandel - uitzicht kamer

Coromandel

Coromandel - tuin hostel

Coromandel - peninsula

Na een stevig ontbijt bij The Pepe – ik eet niet elke ochtend spinazie, champignons en een toast – rijden we richting Fletcher Bay, het noordelijkste punt van Coromandel. Maar niet zonder een ommetje via Road 905, een smalle, kronkelige en vooral stoffige baan, die ons van Wiathiangu naar het dorpje Coromandel brengt. We rijden het grootste deel van de tijd door het bos, langs de rivier. Halfweg maken we een pitstop aan de Waiau waterval, op vijf minuutjes van de plek waar we onze auto parkeren. Op één van de rotsen hangt een handdoek met een paar teenslippers ernaast. Vreemd, want er is niemand te bekennen in de buurt.

Terug in de auto volgen we het bordje Castle Rock, de best bereikbare bergtop op Coromandel. Lees: met de auto. Al durven we niet te beweren dat het een ritje van niets is. Een 4×4 was welkom geweest. De hellingen zijn behoorlijk steil en de stenen schuiven weg onder onze wielen. Bovendien kunnen we nergens rechtsomkeer maken omdat het pad zo smal is. We zetten door en op 521 m hoogte genieten we van de beloning: een prachtig zicht op de twee kustlijnen: het Whangapoua schiereiland en de Mercury eilanden aan de oostzijde en Coromandel en Firth of Thames aan de westzijde.

Coromandel

Coromandel

Na onze hachelijke rit naar beneden, rijden bereiken we het stadje Coromandel. Vanaf hier is het nog enkele kilometers richting Colville, een kleine nederzetting met niet meer dan een tankstation, een winkel en een koffiezaakje. Het einde van de beschaving op het schiereiland. Met die zekerheid in het achterhoofd slaan we snel nog wat water en eten in voor onderweg. Hoewel er ook duidelijk staat aangegeven dat dit de laatste keer is dat we kunnen tanken, negeren we dat om één of andere tot op vandaag onduidelijke reden feestelijk.

We laten Colville achter ons en rijden het ruwste deel van het schiereiland tegemoet. Hier geen mooi aangelegde wegen meer, maar smalle, slingerende padjes waar je liefst geen tegenligger tegenkomt. Maar ook schapen en weiden en schapen en weiden en aan de andere kant een prachtig zicht op de kustlijn. De weg gaat stevig op een neer. Telkens we stijgen gaat onze benzinemeter gevaarlijk naar onder. Wanneer we in Port Jackson aankomen (19 km verder) merken we dat we misschien toch niet genoeg benzine hebben. We besluiten toch te proberen om Fletcher Bay te halen, maar de spanning in de auto stijgt met de seconde. Vooral omdat we nergens kunnen aanbellen wanneer we plots droog staan. Na wat heen en weer gekat besluiten we dat het mooiste strand van Nieuw-Zeeland voor volgende keer zal zijn. Gelukkig zijn de landschappen op de terugweg ook de moeite.

Coromandel

Coromandel

Tegen valavond komen we aan in Thames, een voormalig mijnwerkersstadje, van waaruit we morgen gemakkelijk kunnen doorrijden naar het noordelijkste punt van het noordereiland. Hier en daar zie je nog sporen liggen waarop vroeger kolen vervoerd werden. We halen een Chineesje uit en vallen uitgeput in slaap op het zachte bed in onze hostel. Morgen hebben we weer een lange rit voor de boeg.

Praktisch:

Slapen:

In Tairua logeren we bij Tairua Backpackers, what’s in a name. Als je de kamer binnenwandelt, waan je je in een Engelse cottage uit de jaren stilletjes met lichtblauw vast tapijt en lichtroze lakens met franjes. Maar de tuin, het viewing deck, de gezellig ingerichte gemeenschappelijke ruimte, de bbq, het adembenemende uitzicht en de ongelofelijk vriendelijke eigenaar maken alles meer dan goed. Mij hadden ze hier gerust een paar dagen kunnen parkeren.
Kostprijs: 70 NZ$/kamer

In Thames logeren we bij Sunkist Backpackers. De dubbele kamers zijn heel mooi ingericht, maar van gezelligheid of vriendelijkheid is niet echt sprake. Geen aanrader dus.

Eten:

Absolute aanrader in Tairua, zowel voor ’s avonds als ontbijt is The Pepe. Twee minuutjes voor sluitingstijd mochten we toch nog binnen en kregen we een overheerlijke maaltijd voorgeschoteld. Met de glimlach.

Activiteiten in Coromandel:

Als je tijd hebt, is het zeker de moeite om hier een paar dagen te blijven. Je kan lekkeer relaxen of kiezen uit uiteenlopende activiteiten.

Categories: Nieuw-Zeeland, Oceanië