Chiang Rai: van de hemel naar de hel

Chiang Rai: van de hemel naar de hel

Chiang Rai ligt niet meteen op de route van iedereen die de grens met Laos wil oversteken. Maar wij hebben tijd en goesting om er de hemel en de hel van dichtbij te bekijken. Een busrit van zes en een half uur brengt ons op de juiste plaats.

Onze gastvrouw had meteen onze intenties begrepen. “Yeees, white temple is heaven, black house is hell. See tomorrow, but first see clock tower in center. Biuutiful!” Wie zijn wij om onze gastvrouw tegen te spreken. Hop naar de klok.

De klok

Dit megalomane gouden bouwwerk op de hoofdstraat van Chiang Rai is een heuse attractie. Niet omdat het zo’n mooi ding is, maar elk uur, tussen 7 uur en 23 uur, start er een tien minuten durend schouwspel waarvan we nog steeds niet zeker weten wat we nu precies gezien hebben. In het kort: de klok verandert een aantal keren van kleur, wat het ding nog grotesker maakt dan het al is, en op het einde komt er een soort van lelie uit de bodem van de klok die open bloeit en waaruit een ster komt die zingt en danst. De Efteling is er niets tegen.

De hemel

De hemel is de boeddhistische “white temple” of Wat Rong Khun, die hier nog maar staat sinds 1997 en ontworpen werd door dezelfde kunstenaar als de klok: Chalermchai Kositpipat (link Wikipedia). Hij financierde de tempel volledig met eigen geld en als alles volgens plan verloopt is het bouwwerk volledig klaar in, je leest het goed, 2070! Dan is de man 115 jaar oud, maar dat is geen enkel probleem want volgens Chalermchai biedt deze tempel hem het eeuwige leven. Of de man het nu haalt of niet, Thailand heeft bij deze zijn eigen Sagrada Familia.

Dit gezegd zijnde, eerlijk is eerlijk, door de witte kleur en de kleine spiegeltjes waarmee het gebouw bedekt is, lijkt de tempel uit porselein en geloof je op een zonnige dag bijna echt dat je in de hemel bent. Zo indrukwekkend is het.

White Temple

Maar als je wat meer in detail kijkt, is de hel niet veraf. Bij het betreden van het terrein bots je op paaltjes met doodshoofden en zie je skeletten en demonen die je waarschuwen voor de gevaren van alcohol en sigaretten. Een klein moraalriddertje, die Chalermchai.

White Temple

Voor je de brug naar de tempel betreedt, moet je door een vijver van handen die vanuit de hel naar de hemel reiken: allemaal mensen die streven naar geluk en wedergeboorte. Wie niet, zou ik zo zeggen.

White Temple

Gelukkig bereik je dan de brug en word je omringd door vriendelijke mythologische wezens die een halt toeroepen aan de helwezens. Je bent op weg naar wedergeboorte die zich zal voltrekken in de tempel. Oef, we zijn bijna in de hemel.

White Temple

Dan moet het beste nog komen (maar hier mochten we jammer genoeg niet fotograferen): de muren van de tempel zijn enerzijds bedekt met boeddhistische taferelen, die we ondertussen al honderden keren in andere tempels hebben gezien. Tot zover alles oké. Maar dan heb je een hele achterwand met Neo van de matrix, taferelen uit Star Wars, vliegtuigen die in de WTC torens crashen en Superman die naar zijn volgende opdracht vliegt. Allemaal taferelen die de kunstenaar droomt (jaja) en verwerkt in zijn muurschilderingen. Vervolgens draai je je om en sta je oog in oog met een boeddhistische monnik waarvan je eerst denkt dat het een beeld is, maar die toch met zijn ogen knippert als je er lang genoeg naar kijkt. Betrapt!

Wij zijn een beetje van ons melk. Wat is hier precies de connectie? Na wat heen en weer gediscussieer concluderen we dat Chalermchai waarschijnlijk zelf te veel aan de drugs of de drank heeft gezeten, want zo’n bouwwerk verzin je niet zomaar eventjes. Zelfs niet in je dromen.

Blijkbaar zijn er ook veel toeristen die ter plekke door het lint gaan, want bij aankomst staat er op grote borden dat buitenlandse toeristen niet naar binnen mogen zonder gids omwille van ongepast gedrag. Niets van gemerkt en wij zijn gewoon zonder gids naar binnen gegaan. Ze zijn wel streng daar: als je ook maar iets afwijkt van hun “regels” word je meteen met de microfoon (jaja) aangemaand om je te “gedragen”.

Vergeet trouwens niet naar het toilet te gaan. Het is een gouden exemplaar.

Mijn mening: wat je ook doet in Thailand, dit moet je gezien hebben. Hier kan geen attractiepark of spookhuis op de kermis tegenop.

De hel

De afstand is klein om van de hemel naar de hel te gaan in Chiang Rai. Gewoon een paar kilometer de andere kant op en je bent in het Bandaam museum of zoals de mensen het hier zelf zeggen, de “black houses”. Wie zich aan een saai museum verwacht, is aan het foute adres.

Black Houses

Voor we bij het museum toekwamen, hadden we al een klein avontuur achter de rug. De openbare bus zette ons aan de hoofdweg af, waar de chauffeur ons aanmaande om een klein padje in het veld te nemen. We begrepen niet echt waar hij ons heen wilde hebben dus op de lange duur stond heel de bus al mee te wijzen en te roepen en kwam de man van de naburige garage ons ook even helpen. Wij het veld in zonder ook maar te weten waar we waren en waar we naartoe gingen. Het huis waar het pad uitkwam had alle kleuren van de regenboog, maar zeker geen zwart dus even dachten we dat ze ons bij het pietje hadden.

Black Houses - langs de achterdeur

Maar dat doen Thai blijkbaar niet want een paar meter verder zagen we de achterdeur van het domein liggen dat toegang geeft tot 40 zwarte huizen uit hout, steen, glas en terracotta, allemaal in een unieke stijl opgetrokken door de kunstenaar Thawan Duchanee. Ze huisvesten zijn schilderijen, drums, beenderen en huiden van dieren, opgezette dierenkoppen, beeldhouwwerken, …

Niet alle huizen zijn toegankelijk, maar al snel heb je door dat de man geobsedeerd is door gigantische penissen en dode dieren. Of er een connectie is: geen idee. Maar wat wel duidelijk is, is dat Gaia-man Michel Vandenbosch dit vast niet goed vindt en dat heilige zieltjes hier beter niet komen.

Wie tot geen van beide categorieën behoort, moet deze black houses absoluut gezien hebben. Het is een fascinerende plek die nog niet platgelopen wordt door toeristen. Trouwens, Thawan Duchanee is geen klein grut: zijn goedkoopste schilderij werd verkocht voor een slordige 1,5 miljoen baht (voor de snelle rekenaars: ongeveer 37.500 euro). Bam!

Avondmarkt op zaterdag en zondag

Thai zijn heel rechttoe rechtaan: de zaterdagmarkt heet Saturday market en de zondagsmarkt Sunday market. Andere dag, maar wat er gebeurt is precies hetzelfde: iedereen zet zijn eet- of kledingkraam buiten en het feest kan beginnen. Dat er geschranst wordt is duidelijk. Je proeft voor geen geld van alles en nog wat en om de calorieën nadien weg te werken is er een heuse dansavond. Op eentonige muziek, waarvan dezelfde nummers meerdere keren herhaald worden op één avond, doen ze aan een soort van volksdansen. Hierbij doet iedereen dezelfde bewegingen, zonder enig fantasietje. Hoogst bizar evenement, kijk zelf maar.

Praktisch:

Vervoer:

De green bus van Chiang Mai naar Chiang Rai vertrekt vanuit het Arcade bus station, 3 kilometer ten noordoosten van Chiang Mai. De rit duurt zes en een half uur en voorziet één rustpauze. Kostprijs: 215 baht/persoon. Om naar het busstation te geraken neem je de tuk tuk (40 baht/persoon). De bus stopt in het centrum van Chiang Rai. Wij betaalden nog eens 30 baht/persoon voor de tuk tuk om ons naar het guesthouse te brengen.

Logeren:

Logeren deden we in Baan Rub Aroon. Een gezellig guesthouse in een prachtig huis met een grote tuin. De gastvrouw bespaart tijd nog moeite om alle interessante bezienswaardigheden toe te lichten en meteen ook de goedkoopste manier om er te geraken. Bij mooi weer wordt het ontbijt in de tuin geserveerd, bij regen in de veranda. Allebei toplocaties.

Naar de witte tempel:

Neem de songthaew (lokale bus) vanaf het lokale busstation naar de witte tempel. Kostprijs: 20 baht/persoon/enkele reis. Om terug te keren wacht je aan de halte aan het politiekantoor op de hoofdbaan.
Gratis toegang

Naar de black houses:

Neem de openbare bus vanuit het nieuwe busstation. Kostprijs: 18 baht/persoon/enkele reis
Gratis toegang

Categories: Azië, Thailand